Techniekcampus Gooi & Vecht
Niet ieder kind leert hetzelfde. Geef praktisch talent de ruimte om uit te blinken.
Nederland heeft technisch vakmanschap hard nodig. Tegelijkertijd past ons onderwijs niet altijd bij jongeren die vooral leren door te maken, bouwen, repareren, installeren en ontdekken.
Niet iedere leerling komt het beste tot zijn recht met vijf dagen per week voornamelijk theorie in een klaslokaal. Sommige jongeren begrijpen iets pas echt wanneer ze ermee aan de slag kunnen.
Dorp voor Dorp wil daarom werken aan een Techniekcampus voor Gooi & Vecht: één centrale plek waar scholen, technische opleidingen en regionale bedrijven samenwerken en waar jongeren toegang krijgen tot modern en hoogwaardig technisch praktijkonderwijs.
Niet minder onderwijs, maar onderwijs dat beter aansluit bij het talent van de leerling.
Eén campus die scholen samen gebruiken
Goed technisch onderwijs is duur.
Een individuele school kan onmogelijk voor iedere technische richting complete praktijkhallen, moderne machines, apparatuur en gespecialiseerde vakdocenten beschikbaar hebben.
Waarom zouden we dan verwachten dat iedere school dat afzonderlijk organiseert?
Dorp voor Dorp wil de krachten bundelen.
Op één regionale Techniekcampus kunnen scholen gezamenlijk gebruikmaken van praktijklokalen, werkplaatsen, machines, apparatuur en gespecialiseerde vakdocenten.
Leerlingen blijven in eerste instantie gewoon verbonden aan hun eigen middelbare school. Daar volgen zij hun algemene vakken, houden zij hun klasgenoten en behouden zij de sociale omgeving die bij hun schooltijd hoort.
Voor een deel van hun technische praktijkonderwijs gaan zij naar de Techniekcampus.
Niet iedere school zijn eigen kleine techniekafdeling, maar samen één fantastische technische leeromgeving.
Leren met je hoofd én met je handen
Theorie blijft belangrijk. Een elektromonteur, installateur, metaalbewerker of andere technische vakman moet begrijpen waarom iets werkt en veilig en verantwoord kunnen werken.
Maar de verhouding tussen theorie en praktijk hoeft niet voor iedere leerling hetzelfde te zijn.
Daarom willen we uiteindelijk veel meer ruimte voor maatwerk.
Voor de ene leerling kan bijvoorbeeld drie dagen theorie en twee dagen praktijk goed werken. Een leerling die sterk praktisch is, kan juist gebaat zijn bij één of twee dagen theorie en drie of vier dagen praktijk.
En een leerling die verder wil richting MBO, HBO of engineering moet juist de mogelijkheid krijgen om steeds meer technische theorie en verdieping te volgen.
Niet de leerling in het onderwijssysteem persen, maar het onderwijs waar mogelijk laten aansluiten bij de leerling.
Stop met talent in hokjes stoppen
Jongeren verschillen.
De één is geweldig in wiskunde en techniek, maar heeft weinig met andere theoretische vakken. Een ander bloeit op zodra hij of zij een machine mag demonteren, iets mag bouwen of een technisch probleem moet oplossen.
Dat betekent niet dat zo'n leerling minder intelligent of minder ambitieus is.
Het betekent dat zijn of haar talent ergens anders ligt.
Dorp voor Dorp wil daarom uiteindelijk af van het idee dat praktisch en theoretisch onderwijs twee volledig gescheiden werelden moeten zijn.
Een leerling moet kunnen uitblinken in waar hij goed in is en voldoende theorie krijgen voor de richting die hij kiest.
Dat kan ook helpen voorkomen dat jongeren hun motivatie verliezen omdat hun opleiding onvoldoende aansluit bij de manier waarop zij leren.
Van vakman tot engineer
De oude LTS, MTS en HTS hadden een duidelijke functie: er bestond een herkenbare technische opleidingsroute van praktisch vakmanschap naar steeds verdere technische specialisatie.
Dorp voor Dorp wil die oude scholen niet simpelweg terugbrengen.
We willen de kracht van dat systeem vertalen naar deze tijd.
Op termijn zien wij een doorlopende technische leerlijn voor ons:
VMBO → MBO → HBO
Van praktisch technisch onderwijs tot gespecialiseerd vakmanschap en uiteindelijk engineering.
Een jongere die op jonge leeftijd ontdekt dat techniek bij hem past, moet binnen dezelfde regionale samenwerking verder kunnen groeien.
Van de eerste werkbank tot een technisch HBO-diploma.
Bedrijven horen in de campus thuis
Een Techniekcampus moet geen onderwijsgebouw worden dat losstaat van de echte wereld.
Regionale technische bedrijven moeten juist nauw betrokken worden.
Zij weten welke kennis en vaardigheden in de praktijk nodig zijn. Zij kunnen stages aanbieden, praktijkopdrachten leveren en later leerwerktrajecten en banen bieden.
Leerlingen maken daardoor al tijdens hun opleiding kennis met echte bedrijven en echte technische vraagstukken.
Bedrijven leren op hun beurt jong technisch talent kennen.
Zo ontstaat een veel kortere verbinding tussen:
onderwijs → opleiding → stage → werk.
Goed voor jongeren én voor onze regionale economie
We hebben mensen nodig die woningen kunnen bouwen, installaties kunnen onderhouden, voertuigen kunnen repareren, machines kunnen bedienen en nieuwe technische oplossingen kunnen ontwikkelen.
Wanneer we zelf onvoldoende technisch talent opleiden, wordt de afstand tussen onderwijs en arbeidsmarkt steeds groter en neemt de afhankelijkheid van werknemers van buiten de regio en arbeidsmigratie toe.
Dorp voor Dorp wil daarom juist investeren in het talent dat hier opgroeit.
Wie jongeren een vak leert waar grote behoefte aan bestaat, geeft niet alleen die jongere een toekomst. Je investeert ook in de toekomst van de regio.
We beginnen praktisch
We hoeven niet morgen een compleet nieuw onderwijssysteem op te tuigen.
De Techniekcampus kan stap voor stap groeien.
Fase 1 is een regionaal technisch praktijkcentrum. Scholen blijven verantwoordelijk voor het reguliere onderwijs en leerlingen blijven sociaal verbonden aan hun eigen school. Voor technisch praktijkonderwijs maken deelnemende scholen gezamenlijk gebruik van de campus. Bedrijven sluiten aan met stages, praktijkopdrachten en leerwerkplekken.
In een tweede fase kan worden bekeken welke technische theorievakken ook op de campus kunnen worden aangeboden. Daarmee ontstaat steeds meer ruimte om per opleiding en leerling de verhouding tussen theorie en praktijk passend te maken.
Uiteindelijk kan de campus uitgroeien tot een regionale technische opleidingsroute waarin VMBO, MBO, HBO en bedrijfsleven nauw samenwerken.
We bouwen dus niet eerst een enorm systeem en hopen daarna dat het werkt.
We beginnen met de werkplaats en bouwen van daaruit verder.
Daarom wil Dorp voor Dorp:
- een Techniekcampus Gooi & Vecht ontwikkelen voor gezamenlijk technisch praktijkonderwijs;
- moderne praktijkhallen, machines en technische voorzieningen regionaal delen;
- leerlingen in de eerste fase voor algemene theorie en sociale binding verbonden houden aan hun eigen school;
- veel meer ruimte creëren voor verschillende verhoudingen tussen theorie en praktijk;
- praktisch ingestelde jongeren de kans geven meer uren praktisch onderwijs te volgen;
- samenwerken met VMBO-, MBO- en HBO-onderwijs;
- regionale technische bedrijven structureel betrekken;
- stages, praktijkopdrachten en leerwerktrajecten rechtstreeks verbinden aan het onderwijs;
- een doorlopende technische leerlijn ontwikkelen van praktisch vakmanschap tot engineering;
- technisch talent in onze eigen regio opleiden en behouden;
- de aansluiting tussen onderwijs en de regionale arbeidsmarkt veel sterker maken.
Niet iedereen hoeft hetzelfde te leren om even ver te komen
De één leert uit een boek. De ander begrijpt het wanneer hij het bouwt.
Beiden kunnen uiteindelijk fantastische vakmensen worden.
Dorp voor Dorp wil een Techniekcampus waar jongeren niet worden afgerekend op de manier waarop ze leren, maar worden uitgedaagd in waar hun talent ligt.
Leren. Maken. Doorgroeien. Van vakman tot engineer.