Woningtekort

Woningtekort: niet alleen bouwen, maar anders kijken naar wonen

Het woningtekort heeft niet één oorzaak. Volgens Dorp voor Dorp is het ontstaan door een combinatie van ontwikkelingen: bevolkingsgroei en migratie, het verdwijnen van bejaarden- en aanleunwoningen, meer eenpersoonshuishoudens en mensen die na een scheiding twee woningen nodig hebben.

Daarom vinden wij het te makkelijk om het woningtekort uitsluitend te verklaren met: “Er is niet genoeg gebouwd.”

Bouwen is nodig. Maar alleen méér woningen bouwen zonder naar de oorzaken, doorstroming en verdeling te kijken, lost het probleem volgens ons niet structureel op.

Wij willen een totaalplan waarin wonen, zorg, doorstroming en de kracht van lokale gemeenschappen samenkomen.


Wonen moet weer bereikbaar worden

Jongeren kunnen steeds moeilijker blijven wonen in het dorp of de buurt waar zij zijn opgegroeid.

Daar bevinden zich hun vrienden, familie, verenigingen, werk en vaak hun hele sociale leven.

Alles is er. Behalve een betaalbare woning.

Wie alleen woont en een modaal inkomen verdient, heeft op de huidige koopmarkt nauwelijks nog mogelijkheden. Dorp voor Dorp wil daarom terug naar een simpel uitgangspunt:

Eén modaal inkomen voor één modaal huis

In 1970 kostte een gemiddelde koopwoning ongeveer €17.000 en bedroeg een modaal jaarinkomen ongeveer €6.000. Een woning kostte daarmee ongeveer drie modale jaarinkomens.

In 2026 liggen de verhoudingen totaal anders. Een gemiddelde woning kost rond de €450.000, terwijl een modaal inkomen rond de €45.000 ligt.

Daarmee kom je uit op ongeveer tien modale jaarinkomens voor een gemiddelde woning.

Natuurlijk spelen rente, schaarste, bouwkosten en andere economische ontwikkelingen een rol. Maar de verhouding tussen inkomen en woningprijs laat zien hoe moeilijk het voor één inkomen is geworden om een woning te kopen.

Een eigen woning vóór je dertigste mag geen onbereikbare droom worden.


Ouderen moeten weer iets te kiezen hebben

Veel ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Dat begrijpen wij.

Maar wat ooit bedoeld was als keuze, is steeds meer een verplichting geworden.

Door het verdwijnen van veel bejaardenhuizen en aanleunwoningen is de tussenstap tussen volledig zelfstandig wonen en intensieve zorg veel kleiner geworden.

Daardoor blijven mensen soms in een grote woning wonen terwijl zij daar eigenlijk niet meer gelukkig zijn, maar ook geen aantrekkelijk alternatief hebben.

Voor alle duidelijkheid: het woningtekort is niet de schuld van ouderen. Wij hebben het over beleid en de gevolgen daarvan.

De een wil op zijn zestigste al kleiner en beschutter wonen. De ander wil het liefst tot zijn laatste dag in zijn eigen huis blijven.

Die keuze hoort bij mensen zelf te liggen. Maar dan moet die keuze er wél zijn.


Breng de tussenstap terug

Dorp voor Dorp wil daarom opnieuw ruimte maken voor verschillende woonvormen tussen volledig zelfstandig wonen en het verzorgingshuis.

Denk aan:

  • een levensloopbestendige woning;
  • een aanleunwoning;
  • kleinschalige woonvormen met voorzieningen dichtbij;
  • een extra woning op eigen grond voor ouders;
  • een aanbouw voor mantelzorg;
  • het splitsen van bestaande woningen.

Daarmee kunnen we woonruimte toevoegen zonder overal nieuwe grote woonwijken te hoeven bouwen.

En wanneer ouderen vrijwillig doorstromen naar een woning die beter bij hun leven past, komt hun bestaande woning weer beschikbaar voor anderen.

Doorstroming ontstaat niet door ouderen hun huis uit te krijgen. Doorstroming ontstaat door een aantrekkelijk alternatief te bieden.


Een nieuwe woonomgeving aan de rand van onze dorpen

Dorp voor Dorp wil onderzoeken of aan de randen van dorpen en buurten kleinschalige woonwijken kunnen ontstaan met de uitstraling van een groen recreatiepark.

Geen massaal complex, maar een prettige woonomgeving met verschillende typen kleine woningen, groen en voorzieningen dichtbij.

Bewoners moeten hun eigen woning gemakkelijk kunnen herkennen en zich er thuis kunnen voelen.

Daarbij denken wij aan voorzieningen zoals een kleine supermarkt, apotheek, postpunt en zorgvoorzieningen in de directe omgeving.

Ook levensloopbestendige appartementen kunnen onderdeel zijn van zo'n woonomgeving.

Niet iedereen wil hetzelfde wonen. Juist daarom moeten er verschillende mogelijkheden zijn.


Een plek voor mensen die behoefte hebben aan rust en overzicht

Deze woonomgeving kan ook ruimte bieden aan mensen die moeite hebben met de drukte en complexiteit van de samenleving en juist baat hebben bij een overzichtelijke omgeving met minder prikkels.

Een klein maar volwaardig huis in een groene omgeving kan voor hen een passende woonvorm zijn.

Door verschillende groepen bij elkaar te laten wonen, kan bovendien een gemeenschap ontstaan waarin mensen elkaar op een natuurlijke manier helpen.

De één heeft misschien moeite met bepaalde dagelijkse zaken, terwijl hij of zij juist uitstekend iets voor een oudere buur kan betekenen.

Niet alleen kijken naar wat mensen nodig hebben, maar ook naar wat mensen voor elkaar kunnen betekenen.


Zorg en wonen horen bij elkaar

Wij verwachten dat zo'n woonvorm ook voordelen kan hebben voor de zorg.

Wanneer voorzieningen dichtbij zijn, mensen elkaar kennen en informele hulp vanzelf ontstaat, kunnen mensen langer zelfstandig functioneren.

Ouderen kunnen hulp krijgen van mensen in hun directe omgeving en tegelijkertijd zelf onderdeel blijven van een gemeenschap.

Een goede woonomgeving gaat daarom niet alleen over stenen. Het gaat over hoe mensen samenleven.


Ruimte voor essentiële beroepen

Tussen deze woonomgeving en het bestaande dorp of de bestaande buurt willen wij woningen in verschillende formaten mogelijk maken voor mensen met essentiële beroepen.

Denk aan:

verpleegkundigen, zorgmedewerkers, leraren, politieagenten en andere mensen die onze gemeenschap iedere dag draaiende houden.

Het is moeilijk uit te leggen dat iemand hier iedere dag voor de klas staat, onze inwoners verzorgt of bijdraagt aan onze veiligheid, maar zelf geen woning in de omgeving kan betalen.

Deze woningen kunnen tegelijkertijd een natuurlijke overgang vormen tussen het bestaande dorp en de nieuwe woonomgeving.


Daarom wil Dorp voor Dorp:

  • wonen weer bereikbaar maken voor één modaal inkomen;
  • jongeren een reële kans geven om in hun eigen dorp of buurt te blijven wonen;
  • ouderen weer echte keuze geven in hoe en waar zij ouder worden;
  • aantrekkelijke tussenstappen creëren tussen zelfstandig wonen en intensieve zorg;
  • meer ruimte geven aan aanleunwoningen, woningsplitsing en wonen op eigen grond;
  • een groene, kleinschalige woonomgeving ontwikkelen voor ouderen en mensen die behoefte hebben aan meer rust en overzicht;
  • voorzieningen en zorg zoveel mogelijk dichtbij organiseren;
  • ruimte reserveren voor mensen met essentiële beroepen;
  • doorstroming stimuleren door aantrekkelijke alternatieven te bieden;
  • woningen die vrijkomen zoveel mogelijk ten goede laten komen aan de lokale gemeenschap.

Wonen is meer dan een dak boven je hoofd

Een woning bepaalt waar je kinderen opgroeien, wie je buren zijn, of je dichtbij je familie kunt blijven en of je op latere leeftijd nog onderdeel blijft van de gemeenschap.

Daarom kijken wij niet alleen naar hoeveel woningen we bouwen, maar vooral naar voor wie we bouwen, hoe we wonen en hoe we ervoor zorgen dat onze dorpen en buurten gemeenschappen blijven.