Geen nieuwe AZC's
Onze ruimte en voorzieningen zijn niet onbeperkt
Dorp voor Dorp wil geen nieuwe AZC's in onze gemeente.
Dat standpunt komt voort uit een bredere vraag: hoeveel opvang, woningzoekenden en extra druk kunnen onze dorpen en wijken dragen wanneer woningen, ruimte en voorzieningen al schaars zijn?
Wij vinden dat een gemeentebestuur daar duidelijk over moet durven zijn.
Helpen is belangrijk. Maar ook helpen kent grenzen.
De woningmarkt staat al onder enorme druk
Jongeren zoeken jarenlang naar een woning. Gezinnen kunnen moeilijk doorstromen. Ouderen die kleiner willen wonen vinden nauwelijks een passend alternatief.
Tegelijkertijd hebben gemeenten een wettelijke taak om mensen die na hun asielprocedure een verblijfsvergunning hebben gekregen — statushouders — te huisvesten. Gemeenten kunnen daarvoor verschillende vormen van huisvesting gebruiken, waaronder sociale huurwoningen.
Dat staat niet los van de bestaande schaarste.
Iedere woning kan maar één keer worden toegewezen.
Daarom vindt Dorp voor Dorp dat bij besluiten over opvang en huisvesting altijd duidelijk moet worden gemaakt wat de gevolgen zijn voor de bestaande woningzoekenden en de beschikbare woningvoorraad.
Geen automatische voorrang
Asielzoekers met een verblijfsvergunning hebben sinds 2017 landelijk niet automatisch recht op voorrang bij een sociale huurwoning. Gemeenten kunnen in hun eigen huisvestingsverordening wel bepalen welke groepen voorrang krijgen.
Dorp voor Dorp vindt dat statushouder zijn op zichzelf geen reden voor voorrang op een sociale huurwoning moet zijn.
Mensen die hier al jarenlang wachten op een woning moeten een eerlijke kans houden.
Het kabinet werkt overigens in 2026 zelf aan nieuwe wetgeving en alternatieve huisvesting met als doel de positie van statushouders op de sociale huurmarkt gelijk te stellen aan die van andere woningzoekenden.
Schaarste vraagt om duidelijke en uitlegbare keuzes.
Opvang heeft gevolgen voor de hele gemeente
Een besluit over een opvanglocatie gaat niet alleen over het gebouw waarin mensen worden opgevangen.
Een gemeente moet ook kijken naar de gevolgen voor de omgeving en naar de beschikbare capaciteit.
Dorp voor Dorp wil daarom dat bij plannen voor opvang vooraf inzichtelijk wordt gemaakt wat de gevolgen zijn voor:
- wonen en de beschikbare woningvoorraad;
- zorg;
- onderwijs;
- veiligheid;
- openbare ruimte;
- voorzieningen;
- leefbaarheid van het dorp of de buurt;
- en de gemeentelijke financiën.
Pas wanneer inwoners die informatie hebben, kunnen zij zich een goed beeld vormen van wat een plan voor hun omgeving betekent.
Inwoners moeten daadwerkelijk invloed hebben
Dorp voor Dorp vindt dat inwoners niet pas betrokken moeten worden wanneer een locatie feitelijk al vaststaat.
Geen besluit over een dorp of buurt zonder de mensen die er wonen.
Daarom willen wij inwoners zo vroeg mogelijk betrekken bij plannen voor opvang en hen duidelijk informeren over de omvang, locatie, duur, kosten en gevolgen ervan.
Waar de gemeente binnen de landelijke wet- en regelgeving ruimte heeft om zelf keuzes te maken, willen wij dat inwoners daar daadwerkelijk invloed op krijgen.
Dat past bij ons bredere uitgangspunt: besluiten mét inwoners in plaats van over inwoners.
Een AZC en een woning zijn niet hetzelfde — maar de keten stopt niet bij opvang
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen asielzoekers en statushouders.
Mensen verblijven tijdens hun asielprocedure in de opvang. Wanneer iemand een verblijfsvergunning krijgt, wordt diegene statushouder en heeft de gemeente een taak bij de huisvesting.
Op dit moment wachten veel statushouders in de asielopvang op woonruimte. Daardoor blijven ook opvangplaatsen langer bezet.
Voor Dorp voor Dorp is daarom de vraag niet alleen waar iemand tijdelijk wordt opgevangen, maar ook welke gevolgen het totale beleid uiteindelijk heeft voor woningen en voorzieningen in onze gemeente.
Ruimte, woningen en voorzieningen hebben grenzen
Nederland heeft niet onbeperkt ruimte. Gemeenten hebben niet onbeperkt woningen. Zorg en onderwijs hebben niet onbeperkt capaciteit.
Daarom vinden wij dat een gemeentebestuur grenzen moet kunnen stellen en prioriteiten moet durven benoemen.
Tegelijkertijd erkennen we dat gemeenten zich aan landelijke wetgeving moeten houden. Onder de huidige Spreidingswet hebben gemeenten een wettelijke taak bij het realiseren van asielopvang.
Waar de gemeente zelf beleidsruimte heeft, is onze keuze duidelijk:
geen nieuwe AZC's en geen voorrang op een sociale huurwoning uitsluitend omdat iemand statushouder is.
Daarom wil Dorp voor Dorp:
- geen nieuwe AZC's in onze gemeente;
- binnen de ruimte die de wet biedt maximaal lokaal zeggenschap houden over opvang;
- inwoners vroegtijdig en volledig betrekken bij plannen die hun dorp of buurt raken;
- vooraf inzichtelijk maken wat opvang betekent voor wonen, zorg, onderwijs, veiligheid, leefbaarheid en gemeentelijke financiën;
- geen voorrang op een sociale huurwoning uitsluitend vanwege de status als statushouder;
- de belangen van bestaande woningzoekenden nadrukkelijk meewegen;
- landelijk aandringen op beleid dat de druk op lokale woningen en voorzieningen vermindert.
Helpen vraagt ook om grenzen
Een overheid moet mensen die hulp nodig hebben menswaardig behandelen. Maar een overheid heeft óók een verantwoordelijkheid tegenover de mensen die hier al wonen en afhankelijk zijn van dezelfde schaarse woningen en voorzieningen.
Dorp voor Dorp kiest daarom voor duidelijke grenzen, lokale zeggenschap en eerlijke keuzes wanneer ruimte, woningen en voorzieningen schaars zijn.